Nederland handelsland

Nederland is een handelsland. In de Gouden Eeuw heersten de Nederlanders onder de vlag van de Verenigde Oost-Indische Compagnie over de wereldzeeën, met slaven en specerijen als voornaamste handelswaar. Tegenwoordig staat Nederland (gelukkig) niet meer bekend om zijn slaven, maar om zijn haven. Via de haven van Rotterdam worden goederen voor ongeveer veertig miljoen inwoners naar het Europese achterland verscheept. Hiermee mag het zich de grootste haven van Europa noemen. In deze blog lees je over de wijze waarop de handelsactiviteiten zich voltrekken, van de haven tot in het winkelschap.

De poort van Europa

Via de Europoort varen de schepen symbolisch de poort van Europa binnen. Zodra de schepen over de Nieuwe Waterweg in de haven van Rotterdam aankomen, ontdoet men ze van hun handelswaar. Dit gebeurt ofwel door hijskranen die zich op het schip zelf bevinden, ofwel door een kraan op een van de terminals in de haven. De grootste handelsschepen kunnen tot wel 20.000 containers met zich meedragen. Als alle containers van de schepen zijn getild, laadt men het handelswaar op vrachtwagens, treinen of op kleinere schepen.

Van rolcontainer tot winkelschap

De goederen komen voor het eerst tot stilstand als ze in een magazijn terechtgekomen. Vaak worden ze hier tijdelijk opgeslagen in stevige palletranden, die uit hout zijn opgetrokken. De goederen komen weer in beweging als ze besteld worden door bijvoorbeeld een winkelier. Wederom worden ze in een vrachtwagen geladen om naar de betreffende winkel te gaan. Hier maakt de winkelier een plekje voor ze vrij in een van zijn winkelschappen. De reis van de goederen is bijna ten einde.

Vakkenvullers lopen met volgeladen rolcontainers door de gangpaden van de winkel. Ze zorgen ervoor dat de producten op aantrekkelijke wijze aan de consument worden gepresenteerd. Het is nu wachten op een consument die in het aas bijt. Al het gezwoeg van fabrikanten, havenarbeiders en vakkenvullers komt tot zijn climax zodra een consument het product in zijn winkelwagentje legt. Hiervoor moet de consument het product als een verrijking van zijn leven zien, zoals het wc-papier dat de stoelgang assisteert, een leunstoel die de ruggengraat verwent en een scheutje zout dat de soep nét wat lekkerder maakt. Zo speelden specerijen niet alleen een rol in de tijd van de VOC, maar ook nog in het hedendaagse handelsland Nederland. Dat is natuurlijk het enige dat we van die tijd nog tegenwoordig terug kunnen zien. Er zijn daarnaast alleen  een aantal gedreven zestienjarige vakkenvullers die hard werken om een leuk zakcentje te verdienen.